…vangstok…

Leuk hoor die losloopdroedels, maar op enig moment moet je je beestje toch aanlijnen om ergens heen brengen waar ie z’n dinges kan doen. Of gewoon weer huiswaarts moet na z’n dagelijkse marathon.

Nou dat is simpel: je roept die schattige Kliko bij je, hij gaat zitten en je lijnt ‘m aan. Das mooi, braaf van de hond en goed gedaan voor het baasje.

Droom lekker verder baasje…

Oké, als je dat met je hond zo geoefend en aangeleerd hebt, mag je jezelf een topper noemen en is verder lezen verloren moeite. Maar 99 van de 100 baasjes lopen echt tegen een probleem aan hoor.

Het bij je roepen op zich is al een lachwekkende voorstelling, en dan het zit, zit, zit, zit en nog 23 keer zit, maakt er wel een heel primitieve show van, vooral als er iemand kijkt. Het is duidelijk: Kliko komt niet en gaat al helemaal niet rustig zitten, om aan de lijn te doen.

Maar daar heb je iets op gevonden. Met een truc en het mormel quasi niet aankijkend probeer je in zijn buurt te komen met een geprepareerde lasso… en HUP, je neemt hem gevangen.

Jij opgelucht “braaaf” liegend en je beest zich de tering geschrokken. Die kijkt dus de volgende keer wel uit. Dat is geen aanlijnen van je hond, dat is hem vangen. Je denkt natuurlijk kuthond, maar je moet eigenlijk hardop zeggen kutbaasje.

Je bent heus wel gek op je schat, maar je bent alleen vergeten hem in alle rust te trainen hoe ie bij je moet komen. Stukje voor stukje vertrouwen winnen en hem rijkelijk belonen als ie weer ‘n stapje dichterbij jouw doel komt. Het kost wat tijd, maar is veel simpeler dan je denkt.

Als papa vogeltje, musje niet leert klapperen met zijn vleugeltjes, ploft het pluisje op z’n bek als ie het nest verlaat. Met andere woorden: je moet je dier aanleren wat ie moet doen, heel veel dingen weet ie niet uit zich zelf.

Moraal! Neem de tijd en vooral ook de rust, om je dier iets te leren. Dan leer je zelf ook rustiger te worden.